super3


Voor dit kwartaal hebben we twee superaanbiedingen in
petto.
De eerste superaanbieding gaat door op zondag 28 juli
2019. Dan trekken we naar Mol. WSV Mol organiseren
die dag hun Zomertocht. De start is voorzien in het Hof
van ’t Rauw gelegen aan de Kiezelweg 181 te Mol.
Afstanden hier zijn 4, 6, 10, 13, 20 en 24km; vertrekken
kan tussen 07.00-15.00u.


Mol is een gemeente gelegen in het noordoosten van de
provincie Antwerpen en ligt op de overgang tussen de
Noorder- en Zuiderkempen. Deze Kempense gemeente telde in december 2017 36.506 inwoners. Qua
oppervlakte is het de op een na grootste gemeente in de provincie Antwerpen, na de stad Antwerpen.
De gemeente is voortgekomen uit de Voogdij Mol, Balen en Dessel, die in de Napoleontische tijd werd
opgeheven en waarbij Balen en Dessel zelfstandige gemeenten werden. Het gebied van Postel, tot dan toe zelfstandig bezit van de Abdij van Postel, werd bij de gemeente gevoegd en in 1818 werd ook de Geelse enclave Millegem aan Mol toegevoegd, waarmee het de meest uitgestrekte gemeente van België werd. De bijnaam van de Mollenaars is: “Sopweikers”.
Hoe lang Mol bestaat, is niet geweten, maar het gebied wordt al duizenden jaren bewoond. In de
middeleeuwen was de streek gekend als Molle. De eerste lettergreep (Mol) verwijst naar mulle zand. De
tweede lettergreep (le) betekent “beboste hoogte”. Sinds wanneer het gebied omschreven werd als Molle is evenmin geweten, maar men vermoedt rond 54 voor Christus na de opstand van de Eburonen.
Zoals reeds eerder gezegd is Mol een uitgestrekte gemeente en bestaat buiten Mol zelf nog uit 11 gehuchten: Achterbos, Donk, Ezaart, Ginderbuiten, Gompel, Heidehuizen, Millegem, Rauw, Sluis, Wezel en het uitgestrekte en dunbevolkte Postel in het noorden dat slechts door een smalle strook met de rest van Mol verbonden is.
Tussen het centrum en het gehucht Ezaart bevindt zich de woonwijk Heidehuizen wat, gezien de vele
speculaties hieromtrent, door de gemeente Mol wel degelijk aangezien wordt als een gehucht. Desondanks staat het gehucht niet vermeld op de diverse officiële kaarten en is er geen naambord dat de bebouwde kom aanduidt.
Naar schatting bedroeg de beboste oppervlakte van de gemeente Mol 4725 hectare in 1900. In 1950 was er, op basis van het kadaster, een bosareaal van 4062 hectare. In 1995 bleef nog 3750 hectare
bos over.

Bezienswaardigheden

  • Monument voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog
  • Molen van Ezaart
  • Molen van Ezaart
  • Sint-Jan Berchmanscollege
  • Kapel Het Beleken
  • Het voormalig fabrieksschooltje van het glasfabriek Glaverbel te Gompel
  • Abdij van Postel
  • Treinstation Mol
  • Sas 2
  • Sunparks De Kempische Meren – Rauwse Meer
  • Podium binnen de Galaxy Studio’s
  • Sint-Antoniuskapel en wegkruis
  • Het oude, ommuurde kerkhof in het centrum

Burgrlijke bouwwerken:

  • Sluizencomplex langs het kanaal Dessel-Schoten
  • Baileybrug (Postel)
  • Casino (Gompel)

Religieuze bouwwerken

  • Sint Pieter en Pauwelkerk
  • De Abdij van Postel
  • De 15 kapellekens in Achterbos
  • Sint-Willebrorduskapel (Ezaart)

Museum:

  • Jakob Smitsmuseum in Sluis. Smits was een van de kustenaars van de Molse School.

Evenementen:

  • Lichtstoet Mol-Ginderbuiten. Jaarlijks evenement op de laatste zaterdag van september.
  • Lichtstoet in Mol-Centrum/Rozenberg bestaat sinds 1885 en heeft jaarlijks plaats op de eerste zaterdag van september.

Streekproducten:

  • Molse zander, snoekbaarsfilet, vroeger gevangen in plaatselijke zandputten
  • Molse witte, een Molse jenever Kipkap (hoofdkaas) en pensen (bloedworst) zijn erkende streekproducten
  • Postelse abdijkaas
  • Molse zandzakskes: chocolade tabletten (wit, melk of fondant) in kleine jutte zakjes
  • Molder: een streekbier op basis van handgeplukte gagel

Economie
In de 19e eeuw vestigden zich op het grondgebied van Mol tal van bedrijven:
De textielindustrie in Mol bloeide. Er waren meerdere wolfabrieken, waaronder deze van Van Iersel, Van Hoof, Krings, en Van Dooren. De fabrieksgebouwen van Van Dooren werden door de gemeente Mol aangekocht en in 1995 verbouwd tot gemeentelijk, cultureel en administratief centrum ’t Getouw.
In Balen-Wezel nabij de grens van Mol-Wezel vestigden zich een zink- (het huidig Nyrstar) en
springstoffenfabriek PRB. Deze bepaalden mee het dagelijks leven in Mol-Wezel. De historische vervuiling van de zinkfabriek liet ook sporen na in Mol-Wezel.
Einde 19e eeuw begon Sibelco het zilverzand te winnen, wat de grondstof is voor de glasfabricage en in 1922 werd een flessenfabriek te Donk opgericht (Verlipack, bestaat thans niet meer), terwijl in Gompel een vensterglasfabriek van Glaverbel (tegenwoordig AGC Flatglass Europe) ontstond.
In Mol Donk (in de nabijheid van het op Dessels grondgebied gelegen Eurochemic) werd een conventionele elektriciteitscentrale gebouwd. Deze laatste werd in 2010 buiten dienst gesteld.
Na de Tweede Wereldoorlog vestigde zich te Mol in 1952 de eerste nucleaire installatie in België. Aanvankelijk bedoeld als proefreactor, werd deze later uitgebreid tot Studiecentrum voor kernenergie (SCK). Het SCK werd in 1990 gesplitst. Dit gaf het ontstaan van het VITO de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.
Mol beschikt over enkele bedrijvenzones. Een van de grotere werkgevers van Mol is de Mora-fabriek.

Van de organiserende club kregen we onderstaande informatie over deze tocht:













Mol is na de stad Antwerpen de grootste gemeente qua oppervlakte van de provincie Antwerpen (± 114 km2).
Voor de fusies was Mol de meeste uitgestrekte gemeente van België. Mol heeft buiten Mol zelf (Mol-Centrum) nog 11 gehuchten waarvan Rauw onze startplaats. Ongeveer een derde van de totale oppervlakte van Mol is nog bebost. Op het grondgebied van Mol vestigden zich tal van bedrijven:


De textielindustrie in Mol bloeide. Er waren meerdere wolfabrieken. Hiervan komt de bijnaam van de
Mollenaars "Sopweikers".

  • In Balen-Wezel nabij de grens van Mol-Wezel vestigden zich een zink- (het huidige Nyrstar) en
    springstoffenfabriek PRB (Poudreries Réunies de Belgique). Deze bepaalden mee het dagelijks leven in Mol-Wezel (denk aan de film 'Groenten uit Balen').
  • Einde 19e eeuw begon Sibelco het zilverzand te winnen, wat de grondstof is voor de glasfabricage.
  • In Mol Donk (in de nabijheid van het op Dessels grondgebied gelegen Eurochemic) werd een conventionele elektriciteitscentrale gebouwd. Deze laatste werd in 2010 buiten dienst gesteld. −Na de TweedeWereldoorlog vestigde zich te Mol in 1952 de eerste nucleaire installatie in België wat voor bekendheid vanMol gezorgd heeft. Aanvankelijk bedoeld als proefreactor, werd deze later uitgebreid tot Studiecentrum voorkernenergie (SCK). Het SCK werd in 1990 gesplitst. Dit gaf het ontstaan van VITO de Vlaamse Instellingvoor Technologisch Onderzoek.
  • Mol beschikt over enkele bedrijvenzones. Een van de grotere werkgevers van Mol is de Morafabriek.


Rauw is vooral gekend omwille van zijn kanalen en meren. Maar liefst een zesde van de oppervlakte van Rauw bestaat uit water. Die meren zorgen er voor dat jaarlijks duizenden toeristen Rauw uitkiezen als hun vakantiebestemming.


Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte Rauw bekend omwille van ‘spriet’. Bij het verbreden en verdiepen van het Maas-Scheldekanaal in 1928 haalden de baggerboten kastanjebruine brokken hout boven. Al snel werd deze goedkope brandstof door de inwoners opgehaald met kruiwagens. Vooral tijdens de eerste barre Oorlogswinter, toen de steenkolen gerantsoeneerd werden, was 'spriet', voorstadium van bruinkool, enorm populair.


In de tweede helft van de 19e eeuw deed ook de industrie, onder de vorm vanzandwinning, haar intrede in Rauw; de eerste zandgroeven dateren uit de jaren 1860; aanvankelijk gebeurde de zandwinning manueel.De nog steeds bosrijke omgeving omvat een groene, centrale woonzone met sterk kwadratisch stratenpatroon. De parochiekerk Sint-Carolus Borromeus is eenneogotische kruiskerk van 1893.


Ten noorden van Rauw ligt de grootste Molse ontginningsvijver van wit zand, heden ingetekend als recreatiegebied “Sunparks”, ten noordoosten bevindt zich het provinciaal Domein “Zilvermeer” en ten zuiden ervan het “Zilverstrand”, beide gericht op waterrecreatie. Het natuurreservaat “De Maat”, 60 hectare, met vijvers ontstaan door sprietontginning tijdens de oorlogsjaren, is gelegen in het noorden; het landschap vertoont een afwisseling van voornamelijk loofbossen, moerassen, vijvers en heide.

Het beschermde natuurgebied “Meeren Buitengoren”, een kalkmoerasgebied, is gelegen tussen de recreatiegebieden Zilvermeer en Zilverstrand; dit complex van natte heide wordt op botanisch gebied beschouwd als het meest waardevolle landschap van de Kempen.


De 4 en 6km lopen rond een golfterrein. De 6km i.p.v. zoals de 4km rechtstreeks naar de startzaal terug te keren, gaat even door Sunparks om samen met de andere afstanden langs de 'Put van 't Rauw' terug te komen. De andere afstanden gaan via een ommetje naar de 'Put van 't Rauw', langs 't Kristallijn, een sociocultureel initiatief van Sibelco voor de integratie van cultuur en natuur. Het gebouw bestaat in feite uit twee delen namelijk 't Kristallijn, een tentoonstellingsruimte (vrij ingang indien tentoonstelling) en het Quartz Experience Center, een educatief en interactief project van Sibelco. Men kan er kennismaken met de geschiedenis van Sibelco, de kwartswinning in de streek en het duurzaam ondernemen in al onzezijn facetten, op zondag van 13u tot 17u vrij te bezoeken. Aan onze rechter zijde bemerken we daar een hoge aardewal met ontelbare gaten van oeverzwaluwen.


De afstanden splitsen zich maar lopen rond de Rauwse meren richting het natuurreservaat De Maat. De 12, 18, 21 en 26km komen dicht bij een Baileybrug over het kanaal, een restant uit de Tweede Wereldoorlog. Deze noodbruggen werden vernoemd naar de ingenieur die ze bedacht, Sir Donald Bailey.


Op De Maat zelf heeft vroeger een kasteel gestaan, vandaag bemerk je enkel nog het koetshuis dat werd omgevormd tot een jeugdkamp. Je herkent op het domein ook nog de sporen van het kasteelpark. De Maat en Den Diel aan de overkant van het kanaal herbergen de rijkste libellenfauna van Vlaanderen, ruim 40 soorten. Hier leven ook rugstreeppadden, heikikkers en hazelwormen. De flora is even indrukwekkend. Typisch Kempense planten als moeraswolfsklauw, zonnedauw en blaasjeskruid komen hier voor naast de meer kalkminnnende soorten van de wateringen, waaronder sleutelbloem, herfsttijloos en vrouwenmantel.














Van hier uit gaan alle afstanden naar de rust op het Ecocentrum 'De Goren'. De 14km, en de 18/21km hebben hier elk een aparte lus, alleen de 26km moet ze beide maken. Doch wie houdt u tegen om hier zelf uw afstand te bepalen en er zelf een lus uit te kiezen, om alzo tot een andere afstand te komen.


De 14 en 26km maken een lus door het Buitengoor, een uiterst waardevol laagveen. Zoals een laagveen past, wordt het Buitengoor gevoed door opwellend grondwater. Door de ondergrondse menging van zuur grondwater en kleine hoeveelheden doorsijpelend kalkhoudend kanaalwater ontstaat een flora die je absoluut niet zou verwachten in een Kempens laagveen. Hier vindt men planten als de gagel en de zonnedauw.


De 18, 21 en 26km maken ook hier nog een lus die hen langs het Zilvermeer en tussen oude zandputten naar het Kanaal Herentals – Bocholt leidt. Langs het kanaal krijgen zij ook een zicht op de vermaarde Baileybrug.
Beide lussen komen terug samen in het Ecocentrum om gezamenlijk richting Sunparks te trekken. Om dan nog even te genieten van de Put van 't Rauw. Er zit niet alleen vis in, vroeger zagen de mensen hier
monsterachtige watergeesten met gezellige namen als de 'pekker', het 'pekmenneke', 'den draaier' of de
'tenenbijter'. Na het verlaten van de put en nog wat door bos en over zandwegen gedwaald te hebben bereikt u weldra uw einddoel.
W.S.V. MOL (www.wsvmol.be)


Zo, Beste Uiltjes, dat was wat meer informatie over de streek waar je vertoeft en het parcours van die dag indien je deelneemt aan deze superaanbieding.
En vergeet niet: Je superaanbiedingskaart laten afstempelen betekent op het einde van het jaar een klein
spaarcentje vanwege de clubkas. (lees hierover meer op pagina "aanbieding")




»   Curabitur