SuperAanbieding5

WSV DE RANSTUILEN

 

De tweede superaanbieding is toebedeeld aan De Mijnlamp Beringen-mijn. Op woensdag 15 augustus 2018 organiseren zij de Lus van het Zwarte Goud. Starten kan tussen 07u00 en 15.00 vanuit de VIP-kantine Mijnstadion gelegen aan de St dionlaan 1 te Koersel. Zij laten de wandelaars de keuze tussen een afstand van 4, 6, 12 en/of 20km.

Koersel is een deelgemeente van Beringen, in de provincie Limburg.

De oudste vermelding van Koersel stamt uit 1166 als Corcela. De naam zou afkomstig kunnen zijn van het Gallo-Romeinse woord Curticella, een samenvoeging van curtis (hofstede) en cella (woning). Een Latijnse verklaring staat/stond natuurlijk mooi maar een Germaanse verklaring voor Koersel is echter waarschijnlijker, er was hier voor de Romeinen immers niet veel te rapen op de arme zandgrond. Koersel zou in geval van een Germaanse herkomst van de naam dan kunnen zijn voorgekomen uit “Corsala”, wat de duiding zou zijn voor een hoeve van een voorname Frank namens “Cor”. Recent heeft men nog een andere mogelijke Germaanse verklaring voor de herkomst van Koersel aangetoond namelijk een “gebouw met wachttoren”.

Geschiedenis In het gehucht Stal werden enkele jaren geleden bij werken overblijfselen uit de Urnenvelden tijd gevonden. De geschiedenis van (Frankische) bewoning van deze streek gaat terug tot ongeveer 700. Omstreeks 800 kwam het gebied bestuurlijk onder het huidige Lummen te vallen. De Heer van Lummen liet hier een kapel bouwen. Het patronaatsrecht daarvan werd in 1185 geschonken aan de Abdij van Averbode. In 1204 werd Koersel een zelfstandige parochie, maar de pastoors werden tot 1829 nog door de Abdij benoemd. Sedert 1572 was het grootste deel van Brabant in handen van de legers van Willem de Zwijger. Op de Pacificatie van Gent werd hij door de afgevaardigden van de Provinciën als Staatshoofd van de Verenigde Nederlanden aangeduid. Filip II, koning van Spanje en de Nederlanden, stond ondertussen niet stil. Dankzij een vrije doortocht door Frankrijk slaagde hij erin een leger, onder leiding van Don Juan en Alexander Farnese hertog van Parma naar de Nederlanden te sturen. In Gembloers kwam het op 31 januari tot een treffen met de legers van Willem de Zwijger. Waar deze laatsten vernederd werden verslagen. Alexander Farnese richtte zich nu op de kleinere Oost-Brabantse steden, en op 22 februari 1578 werd Zichem en op 24 februari Diest veroverd. Een regiment Waalse huursoldaten, onder leiding van Johan Baptist de Monte werd er als garnizoen gelegerd. Op 11 januari 1579 verscheen een afdeling van dit garnizoen in Koersel. De dorpelingen hadden de gewoonte om hun graan in de kerk te bewaren. De soldeniers eisten dit graan op, maar de inwoners vluchtten in de kerk en beriepen zich op het asielrecht van Roomse kerken. De soldeniers verzamelden hout en mutsaarden, tasten ze tegen de kerk en haar toren en staken die in brand. Twee dagen brandde de kerk. De balans: van de 250

 

dorpelingen die zich in de kerk verschanst hadden, verloren er 183 onmiddellijk het leven. Er wordt nog steeds een jaarmis opgedragen ter nagedachtenis van deze ramp. Bestuurlijk bleef Koersel, tot omstreeks 1798, onder de heerlijkheid van Lummen vallen. Daarna werd Koersel een zelfstandige gemeente.

In 1826 ontstond bedevaartsoord ’t Fonteintje, waar in 1833 een kapel werd gebouwd. In 1834 woedde een dorpsbrand, waarbij het centrum van Koersel, inclusief de kerk, door brand werden verwoest.

Van belang was de aanleg van de Steenkoolmijn van Beringen, vanaf 1907. De bevolking van Koersel nam daardoor sterk toe. In 1910 werd in het nabijgelegen gehucht Stal een zelfstandige parochie opgericht.

Na 1945 werden tal van nieuwe wijken in Koersel aangelegd. Fonteintje (1945), Steenveld (1946), Steenoven (1950), Grootveld (1950), Schanswijk (1960) en Vlegeneinde (1968). In 1977 kwam een einde aan de gemeentelijke zelfstandigheid van Koersel. Het werd onderdeel van de fusiegemeente Beringen.

Bezienswaardigheden  De Sint-Brigidakerk is een neoclassicistisch bouwwerk uit 1850. Het centrum van Koersel werd begin 2006 vernieuwd waarbij ook het kerkplein verfraaid werd. In 2006 werd in Koersel een eeuwenoud beeldje gevonden dat nu in de kerk staat.  De pastorie, aan Pastorijstraat 49, werd gebouw in 1655, doch sterk gewijzigd van 1865-1876, waarbij de voorgevel in neoclassicistische trant verbouwd werd.  Neoclassicistisch voormalig gemeentehuis, uit 1856.  Kasteel Quanonne ("het kanon", zoals het in de volksmond te Koersel wordt genoemd) is een van de bekendste gebouwen in het dorp. Met zijn goed bewaard achterliggend park is het kasteel zichtbepalend voor het centrum. Oorspronkelijk was het kasteeltje een herenhoeve, die in 1770 werd gebouwd door de familie Peeten. Dit betrof notabelen en grootgrondbezitters uit Aarschot. In 1850 werd de hoeve verbouwd tot een neoclassicistisch herenhuis, in de volksmond een "kasteeltje". Dit geschiedde door ene Frederik Quanonne, telg uit een vooraanstaande Franse familie, die in het huwelijk was getreden met Maria Peeten. Het was ook dit echtpaar dat het initiatief nam tot de aanleg van het park. In 1873 kwamen de kinderen Quanonne-Peeters op het kasteel wonen en in 1892 kwam, na de dood van Gaspard Peeten, het gehele bezit aan de familie Quanonne. In 1930 stierf, met Berthe Quanonne, ook dit geslacht uit. Zo kwam het kasteeltje in handen van particulieren. Het werd een dokterswoning en herberg. In 1954 kochten de Zusters van Maria van Landen het pand, en werd dit een tehuis voor welgestelde bejaarden, later enkel voor oudere zusters. In 1992 werd het gebouw weer verkocht en veranderde bijna in een opvangtehuis voor drugsverslaafden. Doch deze plannen vonden geen doorgang. Het kasteel is sinds 1995 eigendom van een inwoner uit Koersel, die er onder meer een antiekzaak in uitbaat en het gebouw restaureert.  Bedevaartsoord Koersels Kapelleke of ’t Fonteintje met een kapel Onze-Lieve-Vrouw aan de Staak, uit 1833, die vergroot werd in 1839.

 

 

 

 

 De Stalse Molen, ook Lemmensmolen genoemd, is een watermolen op de Zwarte Beek, die zich bevindt aan de Stalse Molenstraat te Koersel. De molen is vernoemd naar de buurtschap Stal, die ten noordoosten van de molen ligt. De naam Lemmensmolen heeft betrekking op de familie die reeds vanaf 1827 de eigenaar is. Voor het eerst was er sprake van een dergelijke molen in 1350. In 1684 vond herbouw plaats, waarvan een jaartal op het houtwerk getuigt. In 1882 werd het gebouw uitgevoerd in baksteen. In 1947 was het waterrad zodanig vervallen dat werd overgegaan op elektrische aandrijving. De laatste molenaar, Paul Lemmens, overleed in 1948. Diens dochter, Denise, trouwde met René Bollen, die de molen in 1990 herstelde, waarbij een nieuw, ijzeren onderslagrad werd geplaatst. René overleed in 2002. Het betreft een dubbelmolen, die gebruikt werd als korenmolen en als oliemolen.  Het kerkdorp Stal ligt ten noordwesten van het centrum.  De mijngebouwen en de terril (steenberg) van Beringen liggen volledig aan de aanpalende tuinwijk Beringen-Mijn voor het grootste gedeelte op Koersels grondgebied. Een steenberg (Nederland) of terril (België) is een ophoping van steenafval dat als bijproduct van de ondergrondse mijnbouw ontstaat. Het gesteente bestaat voor grootste gedeelte uit leisteen (een zacht en brokkelig gesteente), en zandsteen (een zeer hard gesteente). De stenen kwamen vrij bij het afdiepen van schachten en bij de aanleg van steengangen en galerijen. Ook bij de steenkolenwinning kwam steenafval tussen de kolen mee naar boven. In de zeverij en wasserij van de mijnen werden de kolen van de stenen gescheiden. De mijnstenen werden vervolgens naar de stortplaats vervoerd, bergopwaarts getransporteerd en op de voortdurend groeiende afvalberg gestort waardoor een steenberg of mijnterril ontstond. Mijnsteen werd daarnaast ook gebruikt voor het opvullen van ontkoolde pijlers; dit deed men om mijnschade te beperken. Later werd steenafval van de steenberg toegepast bij het dempen van de overbodige mijnschachten. Na de sluiting van de steenkoolmijnen van het Kempens steenkoolbekken tussen 1966 en 1992 werden verscheidene pogingen ondernomen om uit de steenbergen nog steenkool te recupereren. Enkel in Winterslag, de oudste mijn, was dit succesvol en werd nog zo'n 10 à 15% steenkool gerecupereerd. Verscheidene mijnterrils werden bezaaid en er werden wandelwegen en mountainbikeroutes naar de top van de berg aangelegd. Op de top heeft men een panorama over de mijncités en de horizon reikt bij helder weer tot aan de terrils van andere mijngemeenten. In Belgisch-Limburg waren er zeven steenkoolmijnen die elk één of twee terrils hadden. Beringen telt er twee: terril 2 is toegankelijk en heeft geen top maar een plateau op een hoogte van 100 meter. Er werden 2 wandelpaden aangelegd op de terril. Terril 1 werd omgevormd tot Avonturenberg. Naast wandelpaden en trappen zijn er avontuurlijke klimconstructies tegen de berghelling en er kan ook gemountainbiket worden. Op de voormalige mijnterreinen bevindt zich het Vlaams Mijnmuseum, het grootste en belangrijkste industrieel erfgoed van Vlaanderen en tevens de grootste bewaarde mijnsite in Europa.

Het dialect van Koersel en haar gehucht Stal worden voor het W.L.D. (Woordenboek Limburgse Dialecten) ingedeeld bij de Demer Kempense subregio van het West-Limburgs. Men spreekt nog Koersels maar het dialect staat onder druk. Jongeren spreken het minder en minder en zij die het nog spreken geven het vaak niet meer door aan de volgende generatie waardoor het voortbestaan op relatief korte tijd in gevaar is.

Natuur en landschap Koersel ligt aan de westrand van het Kempens Plateau, vanwaar een aantal beken in westelijke richting stromen. De Zwarte Beek en de Oude Beek bevinden zich ten noorden van de plaats, terwijl de Helderbeek ten zuiden van Koersel is gelegen.

Vooral ten oosten van Koersel, op het plateau, ligt een bosrijk gebied waarin zich ook enkele heidevelden bevinden. Dit is de Koerselse Heide. Voor een belangrijk deel is dit een militair domein, behorende tot het Kamp van Beverlo. Hier ligt ook het recreatiegebied met bedevaartskapelletje ’t Fonteintje. Een verhard fietspad, van Koersel naar Hechtel alsook Heusden, leidt door dit militair domein.

De Vallei van de Zwarte Beek, gelegen in het oosten van Koersel, is Vlaanderens grootste natuurgebied. Dit natuurgebied is op Europees niveau bekend. Hier vindt men het bezoekerscentrum “De Watersnip”.

In de Vallei van de Helderbeek wordt een klein natuurreservaat, Helderbeek-Voort genaamd, beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. Dit gebied is door instortende mijngangen sterk gedaald en moerassig geworden. Het gebied is niet toegankelijk.

Het natuurgebied Helderbeekvallei-Terril omvat ook de Mijnterril Heusden-Zolder, die eveneens als natuurreservaat beheerd wordt en wél toegankelijk is.

Steenkolenwagon Beringen-mijn

Van de organiserende wandelclub ontvingen wij de volgende parcoursbeschrijving:

De 4km vertrekt langs de St-Theodardus kathedraal, gaat vervolgens over de mijnsite en passeert het TODI duikcentrum en het B-Mine winkelcentrum. Via het casino en het kioskplein komen we terug bij het vertrek.

De 7,6km vertrekken eveneens langs de kathedraal, gaan over de mijncité en langs de spoorlijn gaan ze naar de controle te Beverlo. Ze trekken verder langs de overzijde van het spoor door de bossen van Genemeer, over de mijnterril en via het kioskplein naar de aankomst. (50% bos).

De 12km volgen eerst een nieuw stuk wandelpad over de oude spoorbedding om dan via de bossen van de Ulfort en de cité langs de spoorlijn naar de controle te wandelen. Door de bossen van Genemeer en over de mijnterril passeren ze het TODI duikcenter. Via het kioskplein gaan ze naar de aankomst. ( 60% bos)

De 21km volgt het parcours van de 12km. Vanuit de controle maken ze een lus van 8,5km via de stmaartenberg richting de bossen van Geneberg. Langs het Binnenveld en het Eindeken geraken ze terug op de controle. ( 70% bos)

 

 

» Curabitur