Busreis


De enige busreis van dit kwartaal (de buitenlandse reis naar Duitsland
niet meegerekend) zal doorgaan op zondag 25 augustus 2019 en
leidt ons naar Sourbrodt. Club des Marcheurs des Hautes-Fagnes
richten die dag de 46e Marche Internationale des Hautes-Fagnes in.
Starten kan hier tussen 07u00 en 14u00 vanuit de Salle ‘Al Neure Ewe’
gelegen aan de Rue de Bosfagne 2 te Sourbroth. Je hebt de keuze
tussen een afstand van 4, 7, 12, 21 en/of 30km.


Weismes (Frans: Waimes; Duits: Weismes) is een faciliteitengemeente (voor de Duitstalige minderheid) in het provincie Luik. Deze gemeente telt ruim 7000 inwoners en wordt tot het gebied van de Oostkantons gerekend.


De Oostkantons, soms ook Oost-België of Eupen-Malmedy genoemd, is de aanduiding voor de kantons Eupen (inclusief Kelmis = Neutraal Moresnet), Malmedy en Sankt Vith, alle gelegen in het oosten van de provincie Luik, grenzend aan Duitsland, waarvan ze na de Eerste Wereldoorlog werden overgenomen. Zij vormen taalkundig en cultureel een overgangszone tussen België en Duitsland en hebben sinds 1815 onder sterk wisselend bestuur gestaan.


Sourbrodt (Duits: Surbrot) is een woonkern in deelgemeente Robertville van de gemeente Weismes en heeft een voormalig station aan de Vennbahn.


Weismes ligt ten oosten van de bekende plaats Malmedy. Het noordoosten van het gemeentelijk grondgebied grenst aan Duitsland en bevat een belangrijk deel van de Hoge venen. Het is de hoogstgelegen gemeente van België met heuveltoppen die hoogtes van meer dan zeshonderd meter bereiken, onder andere het Signaal van Botrange (694 meter). Door de gemeente stromen de rivier de Amblève en de riviertjes de Warche en de Warchenne. De Roer vindt ook zijn bron op het gebied van de gemeente, naast het Signaal van Botrange.
Weismes herbergt op haar grondgebied onder andere het Meer van Robertville (Lac de Robertville, een stuwmeer) en de Burcht Reinhardstein (ook wel Burg Metternich genoemd). Deze twee regio's plus de bijbehorende plaatsjes Robertville en Ovifat maken deel uit van het natuurreservaat de Hoge Venen.


We bevinden ons dus in de Oostkantons. Wie Oostkantons zegt, denkt automatisch aan het ‘dak’ van België en de Hoge Venen. Die hoogvlakte is een van de meest interessante natuurreservaten van België, met een wijds landschap, waarin men zich nog verloren kan wanen en waar een uitzonderlijke fauna en flora thuis is.
Maar in de Oostkantons valt uiteraard veel meer te ontdekken. De fraaie burcht Reinhardstein, de chocoladefabriek van Jacques in Eupen, de meren van Hoog-België, de Rijnlandse en Waalse carnavals, de musea, de gastronomie…het is maar een greep uit het rijke aanbod.
De Oostkantons zijn ideaal om te voet of per fiets te ontdekken. Er zijn liefst 2500km bewegwijzerde wandelwegen en er zijn verschillende folders met de mooiste wandelingen van de streek beschikbaar. Fietsers kunnen hun hartje ophalen langs de ‘Velo-Tour Hoge Venen-Eifel’, een fietswegennet van 850km dat op basis van het knooppuntensysteem werd opgebouwd. En wie de Oostkantons met de auto wil verkennen, kan kiezen tussen drie routes.


Het grootste gedeelte van de Oostkantons ligt in het grensoverschrijdend ‘Natuurpark Hoge Venen-Eifel, waar maatregelen gelden ter bescherming van het milieu, in harmonie met de economische ontwikkeling van het gebied. In dat natuurpark liggen de Hoge Venen, sinds 1956 een natuurreservaat, een volledig beschermd top-wandelgebied voor de bezoekers. In grote lijnen bevinden de Hoge Venen zich binnen de driehoek gevormd door de stadjes Eupen, Malmedy en Monschau. Het is ongeveer 4500 hectare groot.


De Hoge Venen bestaan vooral uit levend veen, uit heide en turfvlakten. Zij danken hun naam aan het veenmos dat een paar duizend jaar na de laatste ijstijd voor het eerst op de hoogvlakte verscheen. Het mos heeft de eigenschap de grond zuur te maken en het kan, net als een spons, veel water opnemen. Mos heeft geen wortels. Het groeit door in het bovengedeelte en sterft onderaan af, a rato van 1 millimeter per jaar. Tijdens de ontbinding wordt turf gevormd. Sommige turflagen zijn ondertussen tot acht meter dik. Maar het zijn niet de mossen die het meest typisch zijn voor de venen. Die eer gaat naar het pijpestrootje, een typische grassoort. Vroeger werd de halm van dit gras gebruikt voor het reinigen van tabakspijpen, vandaar zijn naam. Alhoewel er vanwege de zure grond geen echt rijke flora is te vinden, zijn er best wel interessante ontdekkingen te doen, zoals de kleine witte zevenster, zeldzame orchideeën, veenbessen, het alomtegenwoordige veenpluis en wollegras… Soms duiken ook unieke planten op, zoals de ronde zonnedauw en dat is … een vleeseter.
Hoewel de venen geen echt oerlandschap vormen, ziet men hier toch een van de meest authentieke gebieden van de Ardennen.

Wat daar onder meer toe bijdraagt zijn de resten van de zogenaamde vorstheuvels uit de ijstijd en de blokken kwartsiet in de valleien, die restanten zijn van puin dat na de laatste ijstijd van de hellingen schoof.


Wandelen op de Hoge Venen ontpopt zich tot een echte ontdekkingstocht. Wie oog heeft voor de natuur kan er heerlijke uren beleven.


Heel wat mensen vereenzelvigen de ‘Oostkantons’ met Duitstalig België, maar dat is onjuist. De verzameling van 11 gemeentes kan men opsplitsen in drie kleine enclaves. Er is het Duitstalige noorden rond Eupen en het eveneens Duitstalige zuiden rond Sankt-Vith. Maar daartussen zit als een spie de streek van Malmedy en Waimes waar het Frans de hoofdtaal is gebleven. Als bezoeker moet men van dat taalgebruik niet wakker liggen. Bij zowat alle toeristische diensten wordt men onthaald en krijgt men brochures in zijn eigen taal en dat geldt ook voor Vlamingen en Nederlanders.


Een paradijs voor fijnproevers:
Belgen noemt men vaak Bourgondiërs en de inwoners van de Ardennen vormen daar geen uitzondering op. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat goede eetadresjes er als paddenstoelen uit de grond zijn gerezen. En wie kwaliteit brengt, doet gouden zaken. Menig hotel-restaurant heeft daar handig op ingespeeld en het ‘gastronomisch weekend in de Ardennen’ is één van de toppers in het toeristische landschap.


Met het devies ‘lekker eten, voor elk budget’, knutselt men arrangementen in elkaar die tafelgenoegens als hoogtepunt hebben. Naast gerechten op basis van bier, buffetten met typische streekproducten, lekkere bereidingen met forel, … biedt men soms minder bekende lokale specialiteiten aan, die verrassend uit de hoek kunnen komen. Uiteraard is er ook de geraffineerde keuken, de Gastronomie met grote G, die niet enkel de smaakpapillen, maar alle zintuigen verwent. En dan is er nog de ongekroonde koning van de Ardense gastronomie: het wildmenu. Van de traditionele keuken met marinade en stoofgerechten tot de nouvelle cuisine: wild wordt hier in alle mogelijke bereidingen aangeboden. Laat het U smaken!


Ardense ham
Men kan het woord gastronomie niet in de mond nemen, zonder het even te hebben over de befaamde ‘Jambon d’ Ardenne’. Die heeft al een hele geschiedenis achter de rug. Wist U dat zelfs de Romeinen al gepekelde Ardense gerechten op prijs stelden? Ligt daar de oorsprong van de Ardense hammen? Zeker is dat ze al eeuwenlang geproduceerd worden.
De Ardense ham geniet vandaag van een ‘Beschermde Geografische Aanduiding’. Die wordt toegekend wanneer productie, verwerking en bereiding binnen een bepaald geografisch gebied plaatsvinden.
Het succes van de hammen is te danken aan het handmatig (droog) zouten, authentieke kruiden en rust. Grof zeezout en kruiden krijgen ruim de tijd om tot de kern door te dringen. Vervolgens worden de hammen in huizenhoge rookschouwen gehangen. Smeulend zaagsel van beuk en eik, het kruidige aroma van wilde jeneverbessen, brem, tijm en koriander doordringen de hammen met hun milde geur en smaak. En dan komt het element tijd … maandenlang rijpen ze, tot ze die typische volle smaak en tongstrelende zachtheid verkrijgen. Heerlijk!
De spoorweg werd door de Pruisische staat gebouwd om snel en gemakkelijk steenkool en ijzererts te vervoeren. Ook zou ze de economie van verschillende plattelandsgebieden laten opleven en de inwoners ervan werk verschaffen in de industriële centra, die door de komst van de lijn makkelijker toegankelijk zouden worden. De inwijding vond plaats op 4 november 1889, in de daaropvolgende jaren werd de baan bijna volledig naar twee sporen uitgebreid. Om dit mogelijk te maken moesten verschillende hoogteverschillen (tot 1,7 %) worden weggewerkt en het spoor op sommige plaatsen worden versmald omdat de beschikbare ruimte naar enkelspoornormen was berekend.
In de Eerste Wereldoorlog kreeg het vanwege zijn ligging aan het westelijk front een nieuwe functie; vanaf 2 augustus 1914 werden, als onderdeel van het Schlieffenplan, via de lijn soldaten naar de fortengordel rondom Luik gestuurd. Vanaf de Vennbahn werden ook verschillende aansluitingen naar andere lijnen gebouwd (lijn 47A en lijn 163) zodat de spoorweg spoedig een strategische Noord-Zuidverbinding langs het westelijke front vormde.
Na de oorlog werden in kader van het Verdrag van Versailles de Pruisische kantons Eupen en Malmedy bij België gevoegd. Dit had tot gevolg dat de spoorlijn de nieuwe grens verschillende keren doorkruiste en er dus iedere keer grenscontroles nodig waren. Om dit probleem te verhelpen, werd beslist om de bedding van de spoorlijn, de stations en de technische installaties in hun geheel aan België toe te wijzen. Door deze overdracht werden vier stukken Duits gebied opeens afgesneden van het moederland, het zijn tot op heden exclaves.
Het belang van het goederenvervoer verminderde sterk na WO I. Lotharingen was een deel van Frankrijk geworden, het handelsverkeer met België was beperkt en Luxemburg, inmiddels uit de douane-unie met Duitsland gestapt, ging zich meer op Frankrijk richten.

De nieuwe douanetarieven die deze drie landen aan de Duitse handelsgoederen oplegden, droegen eveneens tot deze achteruitgang bij.


Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de lijn een belangrijk doel van het Ardennenoffensief, het merendeel van de bruggen en tunnels werd vernield. De wederopbouw liet op zich wachten en het deel tussen Lommersweiler en Reuland werd zelfs niet meer hersteld. Het resterende stuk kon daarom niet meer voor zijn oorspronkelijke doel gebruikt worden. Beetje bij beetje hield de industrie op om de spoorweg te gebruiken. Later gebruikt het Belgisch leger de spoorweg nog om zwaar materiaal naar het kamp van Elsenborn te transporteren.


De lijn raakte meer en meer in verval. Na het totaal stopzetten van alle activiteiten werd nog een poging gedaan de lijn te exploiteren voor toeristische doeleinden. Na twaalf jaar kwam hier ook een einde aan.


Op de sectie tussen Stolberg (Rhein) Hbf en Station Stolberg Altstadt voorziet DB (Deutsche Bahn) nog 2x per uur een stoptrein die via Aachen Hauptbahnhof en Herzogenrath weer naar Stolberg rijdt. Op de sectie tussen Aachen Rothe Erde en Walheim (net aan de grens met de Hoge Venen) hebben de ongebruikte sporen sinds 2005 plaatsgemaakt voor de zogenaamde Vennbahnradweg, een fietspad dat het tracé van de oorspronkelijke sporen volgt. Tussen Stolberg, Walheim, Raeren en Eupen zullen in de toekomst museumtreinen gaan rijden van de Eisenbahnfreunde Grenzland (EFG). De EFG spant zich in om deze lijn te kunnen reactiveren. Hiervoor worden Henschel diesellocomotieven gebruikt. De vereniging is gevestigd op het emplacement van Walheim. Zij hebben sinds 2017 een werkplaatsspoor in Raeren kunnen huren van Rails et Traction. Een keer per jaar vindt een stationsfeest plaats.


Tussen de stations van Kalterherberg en Sourbroth werden in 2004 door een Belgische ondernemer spoorfietsen ingelegd. Dat zijn een soort die voortbewegen zoals een fiets. Het baanvak Sourbrodt - Waimes is begin 2008 opgebroken. Op de bedding is een RAVeL-fietspad aangelegd. RAVeL is de afkorting van Réseau Autonome de Voies Lentes, een Waals netwerk van paden voor langzaam verkeer. Het gaat om een welbepaald soort trage wegen, bestemd voor fietsers, wandelaars, skaters, ruiters enz. Het netwerk maakt gebruik van jaagpaden, voormalige spoorlijnen en verbindingswegen. Het Waals Gewest is wegbeheerder van het RAVeL-netwerk. Het RAVeL-netwerk bestaat uit 45 lokale routes, 10 regionale routes en 4 internationale routes over het hele Waalse grondgebied. De trajecten zijn gemarkeerd met eigen borden.


Inschrijven voor deze busreis kan vanaf maandag 29/07/2019 (tussen 20.00 en 22.00u) bij Christel Janbroers op het nummer 03/4856068.
De prijs bedraagt 8euro/persoon of 4euro + een volle 20-wandelingenkaart. Kinderen jonger dan 14 jaar betalen slechts 5euro of 1euro + een volle 20-wandelingenkaart (in deze prijzen is de inschrijving voor de wandeling inbegrepen).
Betalen doe je binnen de 8 dagen na reservatie rechtstreeks bij een bestuurslid of per overschrijving op rekeningnr. BE30 0010 9881 7111 van WSV De Ranstuilen vzw met duidelijke vermelding van ‘Busreis Sourbroth + aantal personen.
Vertrekken doen we stipt om 07u00 te Ranst (parking Aldi), de terugreis vanuit Sourbroth vatten we even stipt aan om 16u00.
EVEN OPGELET !!
Onze volgende busreis gaat door in het laatste kwartaal van dit jaar, meer bepaald op zondag 20 oktober 2019 naar Passendale. Meer over deze wandeling en de streek waarin we vertoeven lees je in het volgende clubblad.
De inschrijving voor deze reis is echter al vanaf maandag 30/09/2019 (tussen 20u00 en 22u00) bij Christel Janbroers op het nummer 03/4856068.
De prijs en de wijze van betaling is net dezelfde als hierboven vermeld – uiteraard dan wel met de vermelding “Busreis Passendale”.


Wil je dus mee uit wandelen naar Sourbrodt of Passendale,
schrijf je dan tijdig in om zeker te zijn dat je met de bus mee kan rijden
zodat je stress en fille- of parkeerproblemen kan vermijden!!